t l y
_

DryadWood

DryadWood betekend de geest van het woud. Geest zoals in geestelijkvader of scheppend principe.
Deze site komt voort uit een studie van de relatie tussen de mens en de natuur. Het thema ‘Leiderschap’ staat daarbij telkens centraal maar is in deze tijd vaak slechts een bedacht concept.
DryadWood wil leiderschap de kracht van de natuur (terug)geven. Leiderschap als een natuurlijke geesteshouding. De ware leider heeft zijn droom en visie met zijn natuur en dienstbaarheid verbonden en deze met elkaar in harmonie gebracht.
Een Dryad is een oud woord en betekend het hogere zelf van de bomen en die werkt voor het woud, de gemeenschap. Dit met  zeven basiskwaliteiten: aarden, ontvankelijkheid, holistisch, staan voor wie je bent, richting, groei en liefde. Oftewel het leven! Het is alles waar een boom voor staat en waar een mens voor kán staan. De geest die de materie bezielt en zo ervaring opdoet, is de grondslag van al het denken over deze geesteshouding. De uitdrukking: ‘alles wat hij aanraakt wordt goud’, gaat over deze bezieling van de materie door de geest. Dit is met alles zo wat onverdeelde aandacht ontvangt. Aandacht is datgene wat de zeven basiskwaliteiten verbindt.

Zowel mens als boom zijn bezield. Deze bezieling wordt bewuster en voller naar mate de jaren verstrijken. Een ontwikkeling die bomen en mensen gemeen hebben. Maar er is meer. Beide staan tussen hemel en aarde. En waar de mens een hoger zelf, een ziel heeft, heet dat bij de boom een Dryad. Beide zijn hier om te leren.

Een groot verschil tussen mens en boom is dat elke mens als individu een hoger zelf heeft. De boom heeft als groep, als meerdere bomen van dezelfde soort, een hoger zelf – de Dryad. De Dryad is in die zin de leider van een team, van het bedrijf ‘boom’. Als een Dryad ouder wordt, raakt deze soms geïnteresseerd in de ontwikkelingsweg van de mens en biedt hun hogere zelf dan zijn diensten aan. Er ontstaan zo plekken waar de Dryads hulpvaardig aanwezig zijn, waar wijsheid kan gedijen. Dit werd vroeger aangevoeld, want niet voor niets vonden rechtspraak, vergaderingen en religieuze cultussen onder oeroude bomen plaats.